De zekering
De zekering zorgt ervoor dat er niet teveel stroom doorgelaten wordt. Stroom kan voor ons levensgevaarlijk zijn als er teveel van is. Als de zekering afspringt betekent het dus dat er teveel stroom is. Bijvoorbeeld: als er teveel toestellen op één stopcontact zijn aangesloten.
Waarom is het gevaarlijk dat de stroom boven een bepaalde waarde komt?
Een grote stroom veroorzaakt warmte. Als de draden te warm worden kan de isolatie wegsmelten en zo kan er brand ontstaan.
De differentieelschakelaar
Het tweede veiligheidstoestel is de differentieelschakelaar ofwel de verliesstroomschakelaar. Het AREI ( Algemene reglementering van de elektrische instalaties) moet de volledige elektrische installatie beveiligd zijn met een verliesstroomschakelaar van 300 mA. (mA = eenheid van stroom) De verliesstroomschakelaar meet het verschil tussen de inkomende en uitgaande stroom. Als het verschil groter is dan 300 mA dan springt die af. Als die schakelaar afspringt heb je nergens meer elektriciteit. Het is dan de bedoeling dat je op zoek gaat naar het apparaat dat stroom verliest. In een vochtige omgeving geleid stroom gemakkelijker en daardoor is een kleinere stroom gevaarlijker. De verliesstroomschakelaar heeft dan een stroom van 30mA.
De verliesstroomschakelaar beschermd ons dus tegen rechtstreeks contact met de stroom.
Waarom noemen we deze schakelaar ook een aardlekschakelaar?
Als er een stroomverschil is tussen de inkomende en uitgaande stroom dan lekt deze stroom naar de aarde.
De aarding
Een stopcontact heeft drie aansluitingen. De uitstekende aansluiting noemen we de aarding.
De aarding is verbonden met een kopere draad in de grond. Als een toestel stroomverlies heeft wilt die langs de aarde kunnen wegvloeien. Als wij een machine aanraken die aan stroomverlies lijdt dan worden we geëlectrocuteerd. Wij zijn goede geleiders voor stroom. Stroom wilt altijd de gemakkelijkste weg nemen naar de aarde. Als het toestel verbonden is met de aarding gaat de stroom wegvloeien langs die weg. Koper geleid namelijk beter dan de mens.
Extra
Ondanks al die veiligheden van het elektriciteitsnet blijft een kortsluiting steeds een gevaar.Kortsluiting betekent dat in de kabel van een aangesloten toestel een kleine verbinding ontstaat die vonkjes geeft. Deze verbinding kan ontstaan doordat de isolatie van de kabel is versleten en de draden gedeeltelijk vrij zijn.
Het grote misverstand is dat wanneer er een kortsluiting plaatsvindt de zekering of de verliesstroomschakelaar afspringt. Dat is niet zo! Bij de meeste kortsluitingen zijn er geen grote stromen en loopt de stroom niet weg. Dus als je versleten kabels hebt vervang ze dan door nieuwe! Wat je zeker ook nooit mag doen is de snoer uit het stopcontact trekken met behulp van de kabel.




